ECLI:NL:RBDOR:2010:BO8163
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald handhavingsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster diende een tweede handhavingsverzoek in tegen de woningbouwvereniging Nieuw-Lekkerland wegens vermeende vochtproblemen in haar woning. Dit verzoek was feitelijk identiek aan een eerder handhavingsverzoek uit 2008, dat reeds was afgewezen en bevestigd door de rechtbank in een uitspraak van augustus 2010. Verzoekster stelde dat zij nieuwe feiten had ingebracht, waaronder onderzoeksrapporten van diverse deskundigen die in de eerdere procedure buiten beschouwing waren gelaten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster geen hoger beroep had ingesteld tegen de eerdere uitspraak, waardoor het oordeel van de rechtbank over het eerdere verzoek bindend was. Het tweede verzoek werd daarom aangemerkt als een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens deze bepaling kunnen herhaalde verzoeken zonder nieuwe feiten worden afgewezen door te verwijzen naar de eerdere afwijzing.
De rechter overwoog dat de bewijsmiddelen die verzoekster aanvoerde reeds in de eerdere procedure bekend waren en dat zij deze tijdig had moeten aanvoeren. Het toestaan van dezelfde bewijsmiddelen als nieuwe feiten zou in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel en de strekking van artikel 4:6 Awb Pro. Daarom kon het verzoek niet worden heropend op basis van dezelfde feiten en omstandigheden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het handhavingsverzoek van 7 september 2010 geen nieuwe feiten bevatte en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten bij het herhaalde handhavingsverzoek.