ECLI:NL:RBDOR:2010:BP1089
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.C. van Walree
- M.A.C. Prins
- G.A.J.M. van Vugt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor diverse vermogensdelicten met deels voorwaardelijke gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden
De rechtbank Dordrecht heeft op 21 december 2010 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere vermogensdelicten gepleegd tussen 2008 en 2010. De feiten betroffen onder meer diefstal van een digitale fotocamera met gebruik van een valse sleutel, oplichting door zich voor te doen als medewerker van diverse bedrijven, diefstal van telefoons, jassen en andere goederen, en schuldheling van stempels en stempelkaarten.
De rechtbank achtte een groot deel van de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, waaronder de diefstal van de fotocamera, diverse gevallen van oplichting en diefstal, en schuldheling. Voor enkele feiten, zoals de diefstal van een jas zonder aangifte, sprak de rechtbank verdachte vrij. De rechtbank nam ook het rapport van een psycholoog mee, die stelde dat verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken, waardoor hij licht verminderd toerekeningsvatbaar was.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarden werden opgelegd dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, waaronder deelname aan een ambulante behandeling bij Het Dok en een cognitieve vaardigheidstraining. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €600,- schadevergoeding aan een benadeelde partij. De rechtbank gelastte ook de verbeurdverklaring en bewaring van diverse inbeslaggenomen goederen.
De rechtbank wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke werkstraf toe, en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de onvoorwaardelijke straf. De rechtbank verwierp het pleidooi van de verdediging voor een werkstraf en strafvermindering wegens vermeende onzorgvuldigheid bij de dagvaarding. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en een schadevergoeding van €600,-.