ECLI:NL:RBDOR:2011:BP0738
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Letselschadevergoeding en verlies arbeidsvermogen na ongeval met discussie over schadebeperking en expertisekosten
Deze civiele zaak betreft een vordering tot schadevergoeding wegens letsel en verlies aan arbeidsvermogen van eiser na een ongeval in 1991. De rechtbank Dordrecht heeft meerdere deskundigenberichten laten opstellen om de omvang van het verlies aan arbeidsvermogen vast te stellen, waarbij ook is onderzocht in hoeverre eiser zich aan zijn belastbaarheidsgrenzen heeft gehouden.
De rechtbank oordeelt dat eiser zich in de periode 1996-2002 niet aan zijn belastbaarheidsgrenzen heeft gehouden, maar dat dit geen aanleiding geeft tot een extra schadevergoeding omdat niet is gebleken dat hij daardoor schade heeft geleden. De schade wegens verlies aan arbeidsvermogen wordt begroot op circa €64.848 over 1991-1996, nihil over 1997-2002, en een bedrag voor de jaren daarna conform het deskundigenrapport.
Bezwaren van gedaagde tegen het ontbreken van medewerking aan medisch onderzoek worden verworpen, omdat partijen overeenkwamen de medische toestand vast te stellen op basis van een eerder rapport uit 1998. De rechtbank wijst ook een vordering tot vergoeding van expertisekosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
Het smartengeld wordt vastgesteld op €11.000, rekening houdend met jurisprudentie en geldontwaarding sinds het letsel. Betalingen door gedaagde worden in mindering gebracht op de schadevergoeding. De rechtbank verwijst de zaak naar een rolzitting voor nadere afwikkeling van de gekapitaliseerde toekomstige schade.
Uitkomst: De rechtbank wijst de letselschadevordering toe, stelt het smartengeld vast op €11.000 en verwerpt bezwaren tegen het deskundigenbericht.