ECLI:NL:RBDOR:2011:BP2241
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling prijs onroerende zaak en samenhangend geheel bij voorkeursrecht gemeenten
De rechtbank Dordrecht behandelde een geschil tussen een verzoeker namens de erven en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht over de vaststelling van de prijs van een onroerende zaak waarop het voorkeursrecht is gevestigd volgens de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg).
De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeente ook gehouden was het aangrenzende perceel zonder voorkeursrecht te kopen, aangezien beide percelen een samenhangend geheel vormen. De rechtbank oordeelde dat dit het geval is, mede omdat de kassen over beide percelen zijn verdeeld en de woning dienstig was aan de agrarische exploitatie. De waarde van het perceel met voorkeursrecht werd vastgesteld op €535.125, terwijl het samenhangende geheel op €560.000 werd gewaardeerd.
De rechtbank onderschreef het deskundigenrapport dat uitging van de vergelijkingsmethode voor waardering en verwierp de stelling van verzoeker dat de residuele waarderingsmethode toegepast had moeten worden. Ook de door de gemeente aangevoerde lagere waarde werd verworpen. Verder werd geoordeeld dat waardevermindering door onzekerheid over toekomstige bestemming voor risico van de eigenaar komt.
Ten aanzien van de proceskosten oordeelde de rechtbank dat de kosten van verzoeker redelijk zijn en veroordeelde de gemeente tot betaling van griffierecht, advocaatkosten en kosten van deskundigen. De rechtbank wees het anders of meer gevorderde af en bepaalde dat de kosten van de deskundigen pas na uitspraak verschuldigd zijn.
Uitkomst: De rechtbank stelt de prijs van de onroerende zaak en het samenhangend geheel vast en veroordeelt de gemeente tot betaling van proces- en deskundigenkosten.