ECLI:NL:RBDOR:2011:BP5631
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afkoop pensioenrechten en vormvoorschrift Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
Partijen waren gehuwd van 1967 tot 1998 en de man bouwde tijdens het huwelijk pensioenrechten op bij Amev (later Fortis ASR) en Delta Lloyd. Na de scheiding hebben partijen volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) recht op pensioenverevening. De vrouw vordert betaling van pensioenvereveningsbedragen.
De man stelt dat partijen in januari 2000 een overeenkomst sloten waarbij hij de pensioenrechten van de vrouw afkocht voor f 7.000,-, betaald in termijnen, en dat deze overeenkomst door partijen is uitgevoerd. De vrouw erkent ontvangst van het bedrag maar stelt dat dit een vergoeding was wegens overbedeling en ontkent afzien van pensioenverevening.
De rechtbank overweegt dat het vormvoorschrift van artikel 2 lid 1 Wet Pro VPS vereist dat uitsluiting van de wet schriftelijk bij huwelijkse voorwaarden of bij geschrift met het oog op de scheiding moet gebeuren. De brief van de man aan Amev voldoet hier niet aan. Echter, indien de man kan bewijzen dat partijen een afkoopovereenkomst sloten en deze uitvoerden, is het onaanvaardbaar om strikt aan het vormvoorschrift vast te houden.
De man krijgt daarom de opdracht bewijs te leveren, onder meer door getuigen en stukken, dat de afkoopovereenkomst is gesloten en nagekomen. Indien hij daarin slaagt, zal de vordering van de vrouw worden afgewezen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere bewijslevering en getuigenverhoren.
Uitkomst: De man krijgt bewijsopdracht om afkoop van pensioenrechten voor f 7.000 te bewijzen; bij slagen wordt de vordering van de vrouw afgewezen.