ECLI:NL:RBDOR:2011:BP8706
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring en stuiting van vordering tijdens faillissement bij kredietovereenkomst
In deze civiele zaak vordert LaSer Nederland B.V. betaling van een uitstaand saldo uit hoofde van een kredietovereenkomst met [gedaagde]. De lening betrof een bedrag voor de aanschaf van een CV combiketel, waarbij aflossing plaatsvond via automatische incasso's. Na faillissement van [gedaagde] in 2001 en opheffing in 2008, stelt LaSer dat de vordering niet is verjaard omdat zij tijdig aanmaningen heeft gestuurd.
[gedaagde] betwist de vordering en voert primair nietigheid van de dagvaarding aan en subsidiair verjaring. Hij stelt dat de vordering in 2004 verjaard zou zijn omdat hij geen ingebrekestelling ontving en dat aanmaningen aan een failliet geen stuiting kunnen zijn. De rechtbank oordeelt echter dat aanmaningen aan een failliet wel stuitingshandelingen kunnen zijn, mits deze de schuldenaar hebben bereikt.
De rechtbank legt de bewijslast bij LaSer om aan te tonen dat ten minste één aanmaning is ontvangen. Indien LaSer daarin slaagt, wordt de vordering deels toegewezen, waarbij [gedaagde] tegenbewijs kan leveren over de kredietfaciliteit. De zaak wordt verwezen naar een comparitie voor nadere bewijslevering en getuigenverhoor.
Uitkomst: De rechtbank draagt LaSer op te bewijzen dat aanmaningen zijn ontvangen en houdt verdere beslissing aan.