ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ2722

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
26 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-510275-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11a lid 1 OpiumwetArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 51 lid 2 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en veroordeling in zaak hennepteelt en -handel in Schelluinen

In deze strafzaak behandelde de rechtbank Dordrecht de verdenking van betrokkenheid bij hennepteelt en -handel door twee bedrijven in Schelluinen. De rechtbank sprak de vennootschap en haar eigenaar vrij vanwege onvoldoende overtuigend bewijs, ondanks afgeluisterde telefoongesprekken en getuigenverklaringen die onvoldoende specifiek en betrouwbaar werden geacht.

De eigenaar van het andere bedrijf, een eenmanszaak, werd veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf wegens de verkoop van hennepstekken, inkoop van henneptoppen, deelname aan een criminele organisatie en witwassen van crimineel geld. Daarnaast werden andere betrokkenen veroordeeld voor soortgelijke feiten, waaronder vuurwapenbezit, het bezit van versnijdingsmiddelen, hennepkwekerijen en elektriciteitsdiefstal.

De rechtbank oordeelde dat de bewijslast tegen de vrijgesproken verdachte onvoldoende was, met name omdat de afgeluisterde gesprekken niet duidelijk over hennep gingen en getuigenverklaringen niet betrouwbaar waren. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 30 maanden geëist, maar de rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 26 april 2011, waarbij het onderzoek ter terechtzitting op 12 april 2011 werd gesloten. De rechtbank verklaarde de dagvaarding geldig, was bevoegd en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk. Het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij hennepdelicten.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 11/510275-08
verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 april 2011
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren in1968
wonende te [adres en woonplaats],
hierna: verdachte.
De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 31 maart 2011. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 12 april 2011.
De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de
vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.
1 De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.
2 De voorvragen
De gewijzigde dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.
De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De officier van justitie is ontvankelijk.
Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
3 Het onderzoek ter terechtzitting
3.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft – het ten laste gelegde onder feit 1 primair en 2 primair bewezen achtend – gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf van dertig maanden met aftrek van voorarrest.
3.2 De verdediging
De raadsman heeft algehele vrijspraak bepleit.
4 De bewijsbeslissing
4.1 Vrijspraken
4.1.1 Feit 1
De rechtbank acht op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen onvoldoende overtuigend bewijs aanwezig voor zodanige betrokkenheid van verdachte bij – kort samengevat – het in de ten laste gelegde periode tezamen en in vereniging handelen (beroeps- of bedrijfsmatig) in hennepplanten/-stekken of henneptoppen of het aanwezig hebben daarvan.
De door de officier van justitie aangehaalde getuigenverklaringen acht de rechtbank onvoldoende bruikbaar voor het bewijs.
De verklaringen van de getuige [naam getuige 1]acht de rechtbank niet relevant nu deze getuige uitdrukkelijk heeft verklaard dat hij geen hennepplanten/stekken heeft betrokken van/via verdachte of zijn bedrijf [bedrijfsnaam]noch dat hij henneptoppen heeft verkocht aan verdachte of zijn bedrijf [bedrijfsnaam]
De verklaringen van de getuige [getuige 2]acht de rechtbank eveneens niet relevant nu uit deze verklaringen slechts blijkt dat de getuige in de betreffende periode hennepplanten/stekken heeft gekocht bij [bedrijfsnaam]
De verklaringen van de getuige [getuige 3], afgelegd bij de politie, de rechter-commissaris en ter terechtzitting, acht de rechtbank onvoldoende betrouwbaar om voor het bewijs te kunnen gebruiken.
De verklaringen van de getuige [getuige 4]acht de rechtbank onvoldoende specifiek en duidelijk om te kunnen gebruiken voor het bewijs.
Ook acht de rechtbank op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen onvoldoende overtuigend bewijs voorhanden voor betrokkenheid van de rechtspersoon [bedrijfsnaam]bij
– kort samengevat – het tezamen en in vereniging (beroeps- of bedrijfsmatig) handelen in hennepplanten/stekken of henneptoppen of het aanwezig hebben daarvan waartoe verdachte opdracht zou hebben gegeven of waaraan hij leiding zou hebben gegeven.
De rechtbank heeft ambtshalve ook geen andere bewijsmiddelen aangetroffen die tot een bewezenverklaring kunnen leiden.
Verdachte zal daarom van feit 1 primair en subsidiair worden vrijgesproken.
4.1.2 Feit 2
De rechtbank acht op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen onvoldoende overtuigend bewijs aanwezig van deelname van verdachte aan – kort samengevat – een organisatie (een samenwerkingsverband) die (dat) tot oogmerk had het (beroepsmatig- of bedrijfsmatig) opzettelijk telen, bereiden, verwerken, verkopen, afleveren of verstrekken van hennepplanten.
De officier van justitie heeft de betrokkenheid van verdachte met name gebaseerd op afgeluisterde telefoongesprekken, waaruit zou blijken dat verdachte een leidende rol had als organisator doordat hij contact had met leveranciers van hennepplanten en contacten onderhield met de medeverdachten [medeverdachte 1]en[medeverdachte 2], die beiden kunnen worden gekoppeld aan de [bedrijfsnaam], aldus de officier van justitie.
De door de officier van justitie genoemde afgeluisterde telefoongesprekken zijn onvoldoende duidelijk en specifiek en daaruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer dat de gesprekken gaan over hennepplanten noch blijkt daaruit de rol van verdachte zoals door de officier van justitie geschetst.
Ook acht de rechtbank op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen onvoldoende overtuigend bewijs voorhanden voor deelname van de rechtspersoon [bedrijfsnaam] aan
– kort samengevat – een organisatie (een samenwerkingsverband) die (dat) tot oogmerk had het (beroeps- of bedrijfsmatig) opzettelijk telen, bereiden, verwerken, verkopen, afleveren of verstrekken van hennepplanten waartoe verdachte opdracht zou hebben gegeven of waaraan hij leiding zou hebben gegeven.
De rechtbank heeft ambtshalve ook geen andere bewijsmiddelen aangetroffen die tot een bewezenverklaring kunnen leiden.
Verdachte zal daarom van feit 2 primair en subsidiair worden vrijgesproken.
5 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en
subsidiair ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter, mr. P. Joele en
mr. M.A.C. Prins, rechters, in tegenwoordigheid van A. Gaal en R. van Andel, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2011.
BIJLAGE 1: De gewijzigde tenlastelegging
1.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2006 tot en met 18 januari 2010
te Schelluinen, gemeente Giessenlanden (in of nabij (een) pand(en) aan de [adres 1] en/of de [adres 2]) en/of
te Dordrecht ( in (een) woning(en) gelegen aan de [adres 3] en/of de [adres 4] en/of [adres 5] en/of de [adres 6]) en/of
te Meerkerk (in een woning gelegen aan [adres 7]) en/of te Vuren, gemeente Lingewaal (in een woning gelegen aan de [adres 8]) en/of te Zwijndrecht (in een woning gelegen aan het [adres 9]) en/of te Streefkerk (in een woning gelegen aan de [adres 10]) en/of te Leerdam (in een woning gelegen aan de [adres 11]), althans in Nederland,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of een bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) hennepplanten/hennepstekken en/of (gedroogde) hennep(toppen), en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
art 3 Opiumwet Pro
art 47 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[bedrijfsnaam]op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 mei 2007 tot en met 18 januari 2010
te Schelluinen, gemeente Giessenlanden (in of nabij (een) pand(en) aan de [adres 1] en/of de [adres 2]) en/of
te Dordrecht ( in (een) woning(en) gelegen aan de [adres 3]en/of de [adres 4]en/of [adres 5] en/of de [adres 6]) en/of
te Meerkerk (in een woning gelegen aan de [adres 7]) en/of te Vuren, gemeente Lingewaal (in een woning gelegen aan de [adres 8]) en/of te Zwijndrecht (in een woning gelegen aan het [adres 9]) en/of te Streefkerk (in een woning gelegen aan de [adres 10])en/of te Leerdam (in een woning gelegen aan de [adres 11]), althans in Nederland,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) in de uitoefening van een beroep of een bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) hennepplanten/hennepstekken en/of (gedroogde) hennep(toppen), en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) hij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;
art 3 Opiumwet Pro
art 47 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 51 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2006 tot en met 18 januari 2010 te Schelluinen, gemeente Giessenlanden, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en/of (een) medeverdachte(n) (te weten [medeverdachte 3]en/of [medeverdachte 4]en/of [medeverdachte 1]en/of [medeverdachte 2]en/of [bedrijfsnaam]en/of een of meer anderen) en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het op beroeps- en/of bedrijfsmatige wijze opzettelijk telen en/of bereiden en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken van (een) grote hoeveelhe(i)d(en) hennepplanten en/of delen daarvan, althans middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet bedoelde lijst(en) I en/of II;
art 11a lid 1 Opiumwet
SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[bedrijfsnaam]in of omstreeks de periode van 3 mei 2007 tot en met 18 januari 2010 te Schelluinen, gemeente Giessenlanden, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen [bedrijfsnaam] en/of (een) medeverdachte(n) ( te weten [medeverdachte 3]en/of [medeverdachte 4]en/of [medeverdachte 1]en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen) en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het op beroeps- en/of bedrijfsmatige wijze opzettelijk telen en/of bereiden en/of
verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken van (een) grote
hoeveelhe(i)d(en) hennepplanten en/of delen daarvan, althans middelen als
bedoeld in de bij de Opiumwet bedoelde lijst(en) I en/of II,
tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) hij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;
art 51 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht
art 11a lid 1 Opiumwet.