ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ7153
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte ontucht minderjarige kinderen wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met vier van zijn zeven minderjarige kinderen in de periode van mei 2005 tot april 2008. De kinderen werden gehoord in studioverhoren, waarbij de verklaringen onvoldoende concreet en deels tegenstrijdig waren. De oudste zoon trok zijn belastende verklaring later in via zijn pleegmoeder. De overige kinderen ontkenden ontuchtige handelingen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak vanwege gebrek aan overtuigend bewijs, mede gesteund door een deskundigenrapport dat de kans op misbruik kleiner achtte dan de kans op het ontbreken daarvan. De verdediging sloot zich hierbij aan en betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen, vooral omdat deze deels op horen zeggen waren gebaseerd.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de kinderen en pleegouders onvoldoende steun boden om verdachte te veroordelen. Verdachte ontkende de beschuldigingen steeds. Gelet op het geheel van het bewijs ontbrak de overtuiging dat verdachte de ten laste gelegde feiten had begaan, waarna hij werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige kinderen.