ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9812

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
29 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
90777 HA RK 11-2040
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:19 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens gebrek aan onpartijdigheid

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft een rechter van de rechtbank Dordrecht schriftelijk een verzoek tot verschoning ingediend. De reden voor het verzoek was dat de rechter de eiseres vaag kende en zich daardoor niet meer vrij voelde om in de zaak te beslissen, zeker gezien het late stadium van de procedure.

De verschoningskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een openbare zitting op 29 juni 2011, waarbij zowel eiseres als verweerder aanwezig waren en geen bezwaar maakten tegen het verzoek. De kamer benadrukte dat verschoning dient ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, waarbij ook de schijn van partijdigheid moet worden vermeden.

Gezien de bekendheid van de rechter met eiseres en diens erkenning dat hij zich niet vrij voelde in de zaak te beslissen, oordeelde de kamer dat er voldoende grond was voor verschoning. Het verzoek werd daarom toegewezen en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op dezelfde dag.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen wegens het ontbreken van een vrij gevoel van onpartijdigheid.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK DORDRECHT
Verschoningskamer
zaaknummer / rekestnummer: 90777 HA RK 11-2040
Beslissing van 29 juni 2011
op het verzoek tot verschoning ex artikel 8:19 Algemene Pro wet bestuursrecht van
[rechter X],
rechter in de rechtbank Dordrecht, sector bestuursrecht,
verzoeker,
strekkende tot verschoning in de zaak met kenmerk AWB 10/871 WWB WEE tussen
[eiseres],
wonende te Dordrecht,
gemachtigde: mr. J.M.G. Hulsman, advocaat te Delft
verder: eiseres,
en
de Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden,
zetelend te Dordrecht,
verder: verweerder,
1. Het procesverloop
1.1. [rechter X] (verder: de rechter) heeft schriftelijk een verzoek tot verschoning gedaan.
1.2. Eiseres en verweerder zijn bij brief van de griffier van 22 juni 2011 over het verzoek tot verschoning geïnformeerd en uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van dat verzoek ter zitting van de wrakingskamer op 29 juni 2011.
1.3. Het verzoek om verschoning is door een meervoudige kamer van de rechtbank (hierna: de verschoningskamer) behandeld ter openbare zitting van 29 juni 2011, alwaar is verschenen en gehoord:
- de rechter.
1.4. Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de verschoningskamer medegedeeld dat de uitspraak zal plaatsvinden ter zitting van 29 juni 2011 te 16.00 uur.
2. Het verzoek en het verweer daartegen
2.1. De rechter heeft aan het verzoek tot verschoning ten grondslag gelegd dat hij eiseres vaag kende, daar aanvankelijk geen probleem in zag maar dat hij nu de zaak voor uitspraak staat, in het volle besef van het bezwaarlijk late stadium van de procedure, tot het inzicht is gekomen dat hij zich niet vrij kan voelen in de zaak te beslissen.
2.2. Eiseres en verweerder hebben geen bezwaren tegen het verzoek geuit.
3. De beoordeling
3.1. Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
3.2. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.
3.3. Uit het verzoek van de rechter blijkt dat er sprake is van enige bekendheid met eiseres en dat hij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in haar zaak te beslissen. Dat zo zijnde, is daarin reeds een genoegzame grond voor verschoning gelegen.
3.4. Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek tot verschoning gegrond is en toegewezen dient te worden.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning van [rechter X] toe.
Deze beslissing is genomen door mr. P.W. van Baal, mr. M.G.L. de Vette en mr. B.M.R.M. Edelhauser-van Vlijmen en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2011.