ECLI:NL:RBDOR:2011:BR2513
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens onvoldoende aannemelijkheid niet kunnen betalen
Verzoeker heeft een preferente vordering van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard en een concurrente vordering van ING. Hij heeft een WWB-uitkering en is bezig met een re-integratietraject waarbij hij solliciteert. Verzoeker heeft een akkoord aangeboden aan ING om na drie jaar een klein percentage van de vordering te betalen, maar ING stemde hier niet mee in vanwege de verwachting dat verzoeker binnenkort kan re-integreren en zijn afloscapaciteit zal toenemen.
Tijdens de zitting verklaarde verzoeker dat hij een betalingsregeling wil treffen zodra hij werk heeft en zijn schuld aan de Regionale Sociale Dienst heeft afgelost. ING gaf aan bereid te zijn om dan een regeling te treffen. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 288 lid 1 sub a Fw Pro onvoldoende aannemelijk is dat verzoeker niet kan voortgaan met het betalen van zijn schulden.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot schuldsanering af. De uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Spengen op 5 juli 2011 in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat verzoeker niet kan voortgaan met betalen.