ECLI:NL:RBDOR:2011:BU2911
Rechtbank Dordrecht
- Wraking
- R.R. Roukema
- E.D. Rentema
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter bestuursrecht wegens vermeende onpartijdigheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een bestuursrechter van de rechtbank Dordrecht omdat zij meent dat de rechter onpartijdig was door het niet in overleg plannen van een zitting. Verzoekster gaf aan vaak in het buitenland te verblijven en had verzocht om een zittingsdatum in overleg, maar dit verzoek werd afgewezen en de zitting werd gepland op een datum waarop zij verhinderd was.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de artikelen 8:15 en 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De kamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend en dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De kamer vond dat de beslissing van de rechter om de zitting niet te verzetten een procesbeslissing was die binnen het geldende beleid viel en dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond.
Verzoekster voelde zich mogelijk onheus bejegend, maar dit was volgens de wrakingskamer geen grond voor wraking en diende via een klachtprocedure te worden behandeld. De wrakingskamer concludeerde dat de rechter pas kennis had genomen van de zaak nadat de zittingsdatum was vastgesteld en dat er geen aanwijzingen waren voor vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen door de wrakingskamer, die bestond uit drie rechters. De uitspraak werd op 21 oktober 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter is ongegrond verklaard en afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.