ECLI:NL:RBDOR:2011:BU6952
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling zorg, woning en gemeenschap na echtscheiding met hoofdverblijf kind bij vader
De rechtbank Dordrecht behandelde een echtscheidingszaak waarin de hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind, de omgangsregeling, het gebruik van de echtelijke woning en de afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden en gemeenschap centraal stonden.
De rechtbank besloot dat het belang van het kind het best gediend is met hoofdverblijf bij de vader, terwijl omgang met de moeder in onderling overleg plaatsvindt. De moeder werd verplicht het paspoort van het kind aan de vader af te geven en de vader moet de moeder maandelijks informeren over belangrijke zaken betreffende het kind.
De vader kreeg het recht om de echtelijke woning zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking te bewonen, met de verplichting alle woonlasten te dragen. De woning moet gezamenlijk via een door de rechtbank aangewezen makelaar worden verkocht, waarbij de opbrengst gelijk wordt verdeeld. De rechtbank wees ook de wijze van verdeling van de inboedel toe en wees verzoeken tot verrekening van vorderingen van derden af wegens onvoldoende onderbouwing of ongeschiktheid binnen deze procedure.
Verder oordeelde de rechtbank dat de vrouw geen recht heeft op kinderalimentatie, geen gebruiksvergoeding wordt opgelegd omdat de vader alle woonlasten betaalt, en dat verzoeken tot informatie over levensverzekeringen en belastingrestituties worden afgewezen. De verkoop van de auto van de vrouw door de man leidt tot afwijzing van haar vordering wegens verwerping.
Uitkomst: Hoofdverblijf van het minderjarige kind wordt toegewezen aan de vader, met omgangsregeling, voortgezet gebruik woning voor zes maanden en gezamenlijke verkoop van de woning.