ECLI:NL:RBDOR:2011:BU8157
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte van de Wet Klachtrecht Cliënten Zorginstellingen bij zorgverlening door eenmanszaak
Verzoeker exploiteert een kleinschalige woongroep waar jongvolwassenen met een beperking zorg ontvangen via persoonsgebonden budgetten. Verweerster, de Staatssecretaris van VWS, gaf een aanwijzing op grond van de Wet Klachtrecht omdat [naam 2] niet voldoet aan de eisen van die wet. Verzoeker betwistte dat zijn eenmanszaak als instelling in de zin van de Wet Klachtrecht kan worden aangemerkt en stelde dat de wet niet van toepassing is op zorg die met persoonsgebonden budgetten wordt ingekocht.
De voorzieningenrechter overwoog dat bij de beoordeling van het begrip instelling de feitelijke organisatie van de zorgverlening bepalend is, niet de naar buiten toe kenbaar gemaakte organisatie. Er was onvoldoende bewijs dat de zorg door een organisatorisch verband wordt verleend; de zorg wordt feitelijk door verzoeker zelf geleverd. De Wet Klachtrecht is echter ook van toepassing op natuurlijke personen die zorg verlenen anders dan in dienstverband bij een instelling.
Verder werd geoordeeld dat de zorgverlening niet als mantelzorg kan worden aangemerkt omdat de relatie commercieel is en cliënten eerst zorg moeten inkopen. Omdat [naam 2] niet voldoet aan de eisen van de Wet Klachtrecht, was de aanwijzing door verweerster gerechtvaardigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de aanwijzing op grond van de Wet Klachtrecht blijft in stand.