ECLI:NL:RBDOR:2011:BV0038
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering persoonsgebonden budget van minderjarige door wettelijke vertegenwoordigers
De rechtbank Dordrecht behandelde een zaak waarin Trias Zorgkantoor B.V. een persoonsgebonden budget (PGB) aan een minderjarige had toegekend, dat later deels werd ingetrokken wegens het niet verantwoorden van de besteding. Trias vorderde terugbetaling van het niet-bestede bedrag van €6.801,86 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten van de minderjarige of diens wettelijke vertegenwoordigers.
De ouders van de minderjarige, die samen het ouderlijk gezag uitoefenen, werden aangesproken. De vader voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de aanvraag en besteding van het PGB en stelde geen invloed te hebben gehad. De rechtbank oordeelde dat beide ouders, als gezamenlijke wettelijke vertegenwoordigers, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor terugbetaling, ongeacht persoonlijke kennis of betrokkenheid.
De beschikking van Trias was onherroepelijk, en het niet-bestede bedrag werd als onverschuldigde betaling aangemerkt die teruggevorderd mocht worden. De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing. De ouders werden veroordeeld tot betaling van het bedrag, rente en proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Beide ouders worden hoofdelijk veroordeeld tot terugbetaling van €6.801,86 met wettelijke rente en proceskosten.