ECLI:NL:RBDOR:2012:BV7947
Rechtbank Dordrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid in omgangszaken
Verzoeker heeft bij de rechtbank Dordrecht een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter die betrokken was bij een civiele procedure over omgangsrecht en ouderverstoting. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was, onder meer door het niet volledig aanhoren van zijn betoog, ongelijke spreektijd, en het deelnemen aan discussies met de wederpartij. Tevens werd aangevoerd dat de rechter onvoldoende kennis had van de processtukken en dat de zitting een schijnvertoning was.
De rechter heeft deze beschuldigingen weersproken en toegelicht dat partijen gelijke spreektijd kregen, dat verzoeker niet werd onderbroken zonder reden, en dat procesbeslissingen conform het recht zijn genomen. Ook ontkende de rechter voorafgaand contact met partijen en stelde zij dat zij voldoende kennis had van de zaak.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 en Pro 37 Rv, waarbij de onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De kamer concludeerde dat de door verzoeker aangevoerde punten onvoldoende objectieve gronden boden om de onpartijdigheid in twijfel te trekken.
Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. Verzoeker was niet verschenen bij de wrakingszitting, terwijl de rechter en vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg wel aanwezig waren. De beslissing werd genomen door drie rechters en op 7 maart 2012 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.