ECLI:NL:RBDOR:2012:BV8098

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
15 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
96852 / JE RK 12-121
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29b Wet op de JeugdzorgArt. 29c lid 1 Wet op de JeugdzorgArt. 29c lid 2 Wet op de Jeugdzorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige machtiging gesloten plaatsing minderjarige wegens loverboyproblematiek en veiligheid

De rechtbank Dordrecht heeft op 15 februari 2012 een voorlopige machtiging verleend voor de gesloten plaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Het verzoek werd ingediend door het Bureau Jeugdzorg vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige naar volwassenheid ernstig belemmeren. De minderjarige had contact met het loverboycircuit, wat de veiligheid in gevaar bracht en het risico op onttrekking aan noodzakelijke hulpverlening vergrootte.

Tijdens de mondelinge behandeling werd bevestigd dat de minderjarige sinds haar opname in een opvangkliniek vorderingen had gemaakt, maar recent een terugval had gehad met drank- en drugsgebruik en hernieuwd contact met het oude circuit. De gedragswetenschapper en de behandelaar van Bouman GGZ onderschreven de noodzaak van een gesloten plaatsing om de veiligheid te waarborgen en de invloed van buitenaf te beperken.

De ouders stemden in met het verzoek en de minderjarige gaf aan gemotiveerd te zijn om in rust en veiligheid aan haar behandeling te werken. De kinderrechter achtte onmiddellijke opname noodzakelijk en verleende de voorlopige machtiging voor maximaal vier weken, met de behandeling van het verzoek tot definitieve machtiging aangehouden tot een nader te bepalen zitting.

Uitkomst: De rechtbank verleent een voorlopige machtiging voor gesloten plaatsing van de minderjarige voor vier weken wegens veiligheidsrisico's en ernstige problematiek.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
Sector civiel recht
zaaknummer: 96852 / JE RK 12-121
beschikking van de kinderrechter van 15 februari 2012
Het verzoekschrift heeft betrekking op de jeugdige:
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum/plaats],
wonende [adres minderjarige].
Belanghebbenden zijn:
- [vader], de vader,
wonende te [adres vader]
- [moeder], de moeder,
wonende te [adres moeder].
1. Het procesverloop
De kinderrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken:
- het verzoekschrift van het Bureau Jeugdzorg (hierna: het BJZ), ingekomen ter griffie op 15 februari 2012;
- een verklaring dat zich voordoet een situatie als bedoeld in artikel 29c, lid 2 van de Wet op de Jeugdzorg, althans het ernstige vermoeden dat bedoelde situatie zich voordoet.
Tijdens de mondelinge behandeling op 15 februari 2012 zijn verschenen en gehoord:
- mevrouw [medewerker BJZ], namens het BJZ;
- de ouders;
- de jeugdige, bijgestaan door mr. M. Mook.
2. De vaststaande feiten
Op de datum van de indiening van het verzoekschrift is uit de overgelegde stukken het navolgende gebleken:
- de ouders hebben het gezamenlijk gezag over de jeugdige;
- de ondertoezichtstelling over de jeugdige is met ingang van 6 oktober 2011 voor de duur van één jaar verlengd.
3. Het verzoek
Het BJZ heeft verzocht:
- op grond van artikel 29b Wet op de Jeugdzorg een machtiging te verlenen tot plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling;
- en alvast, op grond van artikel 29c Wet op de Jeugdzorg een voorlopige machtiging te verlenen tot plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van vier weken, aangezien de verlening van de gesloten jeugdzorg onmiddellijk noodzakelijk is.
Het BJZ legt aan het verzoek ten grondslag dat onmiddellijke plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk is wegens ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. De behandelaar van de Bouman GGZ geeft aan dat [minderjarige] een 16-jarig fors onthecht meisje is met chronische posttraumatische stressstoornis (PTSS) klachten en in vroege remissie zijnde verslavingsproblematiek, allen naar aanleiding van loverboyproblematiek. Deze problematiek vormt een ernstig gevaar voor haar ontwikkeling. [minderjarige] neemt nog steeds contact op met mensen uit haar verleden. Zij is daar zelf niet duidelijk en eerlijk over. Mensen uit haar verleden weten ook waar zij zich bevindt, wat een acuut gevaar geeft voor haar veiligheid. [minderjarige] heeft deze mensen vermoedelijk zelf laten weten waar zij zich bevindt. Het advies vanuit de huidige behandelinstelling, Bouman GGZ (begin januari 2012) was plaatsing binnen het gesloten circuit om [minderjarige] veiligheid te kunnen bieden en de invloed van buitenaf te beperken. De behandeling dient zich te richten op stabilisatie van [minderjarige]’s klachten. Van groot belang is het bieden van een veilige leefomgeving, waar [minderjarige] zich kan richten op herstel en kan werken aan een toekomstperspectief. Scholing speelt hierin een rol, gezien [minderjarige] al langere tijd geen onderwijs meer volgt.
Nu duidelijk is geworden dat er sprake is van terugval in oud gedrag (afgelopen weekend drank en drugs), het contact met vermeende loverboys weer is opgenomen en deze mensen in de buurt van de Bouman GGZ zijn gezien, kan de veiligheid van [minderjarige] en de medewerkers niet langer gegarandeerd worden. Om die reden wordt het verblijf van [minderjarige] dan ook niet langer voort gezet. In het open kader kan er geen plek worden gevonden, omdat overal dezelfde zorgen zijn met betrekking tot de veiligheid van [minderjarige], andere groepsleden en medewerkers. Plaatsing binnen het gesloten kader is daarom, met spoed, noodzakelijk.
4. De instemmingsverklaring gedragswetenschapper
Mevrouw M. Bartolomein, GZ-psycholoog, heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij [minderjarige] op 15 februari 2012 heeft gesproken en naar aanleiding van dit gesprek en het dossier instemt met de noodzaak van een voorlopige plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.
Er is bij [minderjarige] sprake van forse langdurige problematiek. Zij heeft de verslavingsproblematiek aardig onder controle en zij heeft aangegeven nu aan haar psychische problemen te willen werken. [minderjarige] geeft echter aan dat zij druk van buitenaf ervaart. Deze druk van buitenaf zet de motivatie voor de behandeling onder druk. De GZ-psycholoog acht het goed om op dit moment [minderjarige] bescherming te bieden binnen een gesloten plaatsing, zodat zij niet bloot komt te staan aan nieuwe traumatische ervaringen of wordt herinnerd aan haar traumatische ervaringen. De vraag is of [minderjarige] voldoende weerstand kan bieden tegen deze druk van buitenaf. De gesloten plaatsing is noodzakelijk, zodat [minderjarige] geen contacten met het loverboycircuit kan onderhouden en vice versa.
5. Het verweer
Het standpunt van de jeugdige
Mr. Mook heeft namens [minderjarige] te kennen gegeven dat zij haar veiligheid erg belangrijk vindt. Ondanks de stijgende lijn van de afgelopen periode zijn er toch problemen ontstaan met de omgeving, wat ertoe leidt dat [minderjarige] zich nu niet veilig voelt. Zij is gemotiveerd om in rust en veiligheid aan haar behandeling te werken en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Het standpunt van ouders
Ouders zijn het eens met het verzoek.
6. De beoordeling
Op grond van de informatie uit het verzoekschrift en de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, is onmiddellijke verlening van jeugdzorg noodzakelijk in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de zorg die zij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken, zonder dat een machtiging in de zin van artikel 29b Wet op de Jeugdzorg kan worden afgewacht.
Gezien de persoonlijke problematiek, de verslavingen en de vermeende loverboyproblematiek, is voldoende gebleken dat [minderjarige] ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren.
Voorts is onmiddellijke opname in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk.
[minderjarige] heeft grote vorderingen laten zien sinds haar opname in de [opvangkliniek]. Zij heeft echter tijdens haar laatste verlof een terugval gehad (drank en drugs) en tevens is er sprake geweest van contacten met het oude circuit waarin [minderjarige] zich bevond. Deze contacten hebben tot gevolg dat de veiligheid van [minderjarige] in het geding is. Voorts bestaat door deze druk van buitenaf het risico van onttrekking aan de noodzakelijke hulpverlening, nu het vermoeden bestaat dat [minderjarige] niet voldoende weerstand kan bieden tegen deze druk.
Gelet op het voorgaande, blijkt dat plaatsing in een gesloten accommodatie noodzakelijk is. De voorlopige machtiging zal worden verleend voor de duur van vier weken.
De behandeling van het verzoek tot machtiging gesloten jeugdzorg artikel 29b Wet op de Jeugdzorg zal worden aangehouden tot een nader te bepalen zitting, in afwachting van nadere stukken.
7. De beslissing
De kinderrechter:
verleent de voorlopige machtiging aan het Bureau Jeugdzorg om de jeugdige [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg als bedoeld in artikel 29c lid 1 van de Wet op de Jeugdzorg, voor ten hoogste 4 weken, met ingang van 15 februari 2012 tot 14 maart 2012;
houdt de behandeling van het verzoek tot machtiging gesloten jeugdzorg artikel 29b Wet op de Jeugdzorg aan tot een nader te bepalen mondelinge behandeling.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Eerdhuijzen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting 15 februari 2012.
De griffier deelt mede dat:
van deze beschikking hoger beroep open staat bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
- voor verzoeker en de verschenen belanghebbenden binnen 3 maanden na dagtekening van deze beschikking;
- voor andere belanghebbenden binnen 3 maanden na de betekening van deze beschikking of binnen 3 maanden nadat deze beschikking op andere wijze bekend is geworden.
Dit beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat/procureur.
Voor advies en informatie, onder andere over de kosten van de procedure, kunt u zich wenden tot het Juridisch Loket Dordrecht, Burgemeester de Raadtsingel 73, Dordrecht, tel: 0900-8020.