ECLI:NL:RBDOR:2012:BV8633

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
7 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
90035 / FA RK 10-9079 en 95768 / FA RK 11-9058
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 313 lid 1 FaillissementswetArt. 63 FaillissementswetWet Schuldsanering Natuurlijke Personen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot verdeling huwelijksgemeenschap bij schuldsanering

Partijen, gehuwd in gemeenschap van goederen, zijn gescheiden waarbij de vrouw is toegelaten tot schuldsanering op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). De rechtbank behandelt het geschil over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, in het bijzonder de voormalige echtelijke woning.

Volgens artikel 63 van Pro de Faillissementswet valt de huwelijksgemeenschap in de schuldsanering, waardoor het bestuur over de gemeenschapsgoederen bij de bewindvoerder ligt en niet meer bij de ex-echtgenoten. De man is niet toegelaten tot schuldsanering, maar dit verandert niets aan de situatie.

De rechtbank oordeelt dat het niet aan de familierechter is om te beslissen over de verdeling van de huwelijksgemeenschap zolang de schuldsanering loopt. Daarom verklaart zij partijen niet-ontvankelijk in hun verzoeken en compenseert de proceskosten zodat ieder zijn eigen kosten draagt.

Uitkomst: Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap vanwege de schuldsanering van de vrouw.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
Sector civiel recht
zaaknummer: 90035 / FA RK 10-9079 en 95768 / FA RK 11-9058
beschikking van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2012
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [adres],
verzoekster,
advocaat mr. M.G. Hoogerwerf,
tegen
[verweerder],
wonende te [adres]
verweerder,
advocaat mr. K.H. May.
Partijen worden hieronder aangeduid als de vrouw respectievelijk de man.
1. Het verdere procesverloop
1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:
- de tussenbeschikking van deze rechtbank van 28 december 2011 en de daarin genoemde stukken;
- de brief van de advocaat van de vrouw, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 23 februari 2012;
- de brief van de advocaat van de vrouw, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 24 februari 2012;
- het faxbericht van (de griffier van) de rechtbank aan partijen van 1 maart 2012.
1.2. De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 5 maart 2012. Ter terechtzitting zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
2. Het geschil en de verdere beoordeling
2.1. De echtscheiding tussen partijen is uitgesproken in voormelde tussenbeschikking. De echtscheidingsbeschikking is op 24 januari 2012 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Tevens is het ouderschapsplan opgenomen in de tussenbeschikking, is aan de man een kinderalimentatie opgelegd van € 250 per kind per maand en is aan de vrouw het voortgezet gebruiksrecht toegekend van de echtelijke woning voor een periode van zes maanden na echtscheiding.
2.2. In geschil is nog de door partijen verzochte vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, zijnde met name de vraag wat er moet gebeuren met de voormalige echtelijke woning.
2.3. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en dat de vrouw, anders dan de man, is toegelaten tot schuldsanering uit hoofde van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).
2.4. Art. 313 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) verklaart op schuldsaneringen art. 63 Fw Pro van overeenkomstige toepassing.
2.5. Volgens het bepaalde in art. 63 Fw Pro. valt de huwelijksgemeenschap in het faillissement, dit behoudens enige hier niet ter zake doende uitzonderingen. Dit betekent voor de onderhavige zaak dat de gehele huwelijksgemeenschap in de schuldsanering van de vrouw valt. De omstandigheid dat de man zelf niet tot de schuldsanering is toegelaten, maakt dit nog niet anders.
2.6. Het bestuur over de gemeenschapsgoederen berust vanwege de schuldsanering bij de bewindvoerder, met toezicht daarop door de rechter-commissaris. Zowel de vrouw als de man hebben het bestuur over de gemeenschapsgoederen verloren. Derhalve is het niet aan de familierechter om nog te mogen beslissen over hetgeen partijen verdeeld houdt ter zake van hun huwelijksgemeenschap. De rechtbank zal partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun verzoeken.
2.7. De rechtbank zal de proceskosten tussen partijen (ex-echtelieden) compenseren.
3. De beslissing
De rechtbank:
3.1. verklaart partijen niet-ontvankelijk in hun verzoeken inzake vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap;
3.2. compenseert de proceskosten zodat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;
3.3. wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D. Regts en uitgesproken door mr. J. Visser op de openbare terechtzitting van woensdag 7 maart 2012.