ECLI:NL:RBDOR:2012:BV9765
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beperking omgangsrecht moeder met uit huis geplaatste minderjarige herzien
De moeder verzocht de intrekking van een schriftelijke aanwijzing van Bureau Jeugdzorg die het contact tussen haar en haar uit huis geplaatste minderjarige zoon beperkte. Bureau Jeugdzorg stelde dat de moeder niet-ontvankelijk was omdat zij ontheven was van het gezag, waardoor het juridische kader van de ondertoezichtstelling verviel. De rechtbank oordeelde echter dat het verzoek opgevat moest worden als een verzoek tot het treffen van een omgangsregeling en verklaarde de moeder ontvankelijk.
De feiten betroffen een langdurige ondertoezichtstelling van de minderjarige, die in een Medisch Kindertehuis verbleef, en een eerdere veroordeling van de moeder voor poging tot doodslag op de zoon. De omgangsregeling was door Bureau Jeugdzorg beperkt tot één uur per vier weken vanwege de psychische kwetsbaarheid van de moeder en het belang van de emotionele veiligheid van het kind.
De rechtbank stelde vast dat het kind behoefte had aan meer contact en dat een regeling van één uur per twee weken beter in zijn belang was. De omgang bleef begeleid en vond plaats in aanwezigheid van de vader. De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenveroordeling van de moeder af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De omgangsregeling tussen moeder en minderjarige wordt uitgebreid naar één uur per twee weken onder begeleiding en in aanwezigheid van de vader.