ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0623
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Contractueel recht op studiekostenalimentatie voor meerderjarige student ondanks ontbreken wettelijk recht
De zoon, geboren in 1988, verzoekt de rechtbank om alimentatie van zijn vader vanwege studiekosten. Hoewel de wettelijke alimentatieplicht eindigt bij 21 jaar indien het kind kan werken, heeft de zoon een contractueel recht op alimentatie uit het echtscheidingsconvenant tussen zijn ouders. Dit convenant bevat een derdenbeding dat de zoon vanaf zijn meerderjarigheid recht geeft op nakoming.
De vader betwist de behoefte en voert aan dat hij zijn verplichtingen correct is nagekomen en onvoldoende draagkracht heeft. De rechtbank stelt vast dat de zoon twee studies voortijdig staakte, maar thans serieus studeert met redelijke resultaten. De vader heeft zijn draagkracht onvoldoende onderbouwd, waardoor het verweer faalt.
De rechtbank begroot de alimentatie op €300 per maand, rekening houdend met de bijdrage van de moeder, de studiekosten en het feit dat de zoon bij zijn moeder woont. De alimentatie wordt toegekend met ingang van 1 augustus 2011, omdat de vader tot die datum heeft betaald. Proceskosten worden gecompenseerd gezien de familierelatie.
Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van €300 per maand alimentatie aan zijn meerderjarige studerende zoon vanaf 1 augustus 2011.