ECLI:NL:RBDOR:2012:BW2563
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking recht op bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande ouder. Verweerder trok dit recht per 2 januari 2012 in op grond van het aannemen van een gezamenlijke huishouding met de heer B, mede vanwege het feit dat zij samen kinderen hebben en de heer B zijn hoofdverblijf zou hebben in verzoeksters woning.
Verzoekster betwistte dit en voerde onder meer aan dat het huisbezoek en de observaties onrechtmatig waren. De voorzieningenrechter oordeelde dat de observaties en het huisbezoek proportioneel en subsidiariteit voldeden en dat de bevindingen niet onrechtmatig waren verkregen. Tevens werd vastgesteld dat verzoekster de verklaringen tijdens het huisbezoek niet gemotiveerd had weersproken.
Verder stelde de voorzieningenrechter vast dat verweerder onvoldoende had onderzocht of sprake was van een juridisch erkend huwelijk, hetgeen in bezwaar nader onderzocht moet worden. Gezien het geheel zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening toe te wijzen en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van het recht op bijstand wordt afgewezen.