ECLI:NL:RBDOR:2012:BW2572
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.M. Lecluse- de Bruijn
- Rechtspraak.nl
Loonvordering oproepkracht met nulurencontract en toepassing CAO-bepalingen over verwijtbare nalatigheid
De zaak betreft een loonvordering van een oproepkracht met een nulurencontract tegen zijn werkgever, een vennootschap onder firma en haar vennoten. De werknemer vordert loonbetaling tijdens ziekte, waarbij discussie bestaat over de toepasselijkheid van CAO-uitsluitingen en de juiste loonberekening.
De werkgever beroept zich op uitsluiting van loonbetaling bij ziekte op grond van artikel 7:628 BW Pro in combinatie met artikel 12 van Pro de Horeca-CAO, en stelt dat bij verwijtbare nalatigheid van de werknemer geen aanspraak op contractuele suppletie bestaat. De werknemer stelt dat de loonvordering op grond van artikel 7:629 BW Pro prevaleert en dat de referteperiode voor loonberekening 13 weken is.
De kantonrechter stelt vast dat de verwijtbare nalatigheid bij het eerste ongeval (polsbreuk na ruzie onder invloed van alcohol) aanwezig is, waardoor geen contractuele suppletie wordt toegekend maar wel 70% doorbetaling volgens de wet. Bij het tweede ongeval (val tijdens wintersport na medisch advies) is geen verwijtbare nalatigheid, zodat contractuele suppletie wel geldt. De loonberekening wordt gebaseerd op een referteperiode van 12 maanden, gezien de seizoensgebondenheid van het werk en reorganisatie bij de werkgever.
De kantonrechter veroordeelt de werkgever en vennoten hoofdelijk tot betaling van het bruto loon van € 2.866,97, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 10%, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever en vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 2.866,97 bruto loon met wettelijke rente en verhoging.