ECLI:NL:RBDOR:2012:BW4648
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting koffie- en theehuis onder bestuursdwang
Verzoeker maakte bezwaar tegen de sluiting van een koffie- en theehuis door de burgemeester van Dordrecht, waarbij bestuursdwang werd toegepast tegen een derde die een last tot sluiting had opgelegd gekregen. Verzoeker stelde dat de bestuursdwang ten onrechte tegen hem werd uitgevoerd omdat hij zelf de exploitatie voerde en een vergunningaanvraag had ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de effectuering van bestuursdwang geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar een feitelijke handeling. Hierdoor is bezwaar daartegen niet-ontvankelijk. Ook het bezwaar tegen de schriftelijke vaststelling dat de overtreding voortduurde na de begunstigingstermijn was niet-ontvankelijk.
De rechter verwees naar vaste jurisprudentie en het wettelijke kader, waarin is bepaald dat geschillen over de toepassing van bestuursdwang alleen binnen het kader van het kostenverhaal aan de bestuursrechter kunnen worden voorgelegd, en in andere gevallen aan de civiele rechter. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de beperkte rechtsbescherming tegen de feitelijke uitvoering van bestuursdwang en benadrukt de noodzaak om geschillen over bestuursdwang via de juiste procedures te behandelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het koffie- en theehuis wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.