ECLI:NL:RBDOR:2012:BW7709
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ontkenning en gerechtelijke vaststelling van vaderschap in internationaal familierechtelijk geschil
De zaak betreft een verzoek van de moeder tot gegrondverklaring van de ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap van de man voor haar twee minderjarige kinderen, waarvan één ten tijde van het verzoek nog ongeboren was. De moeder verzoekt tevens de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een andere man, die de biologische vader is van de kinderen.
De rechtbank oordeelt dat de moeder niet-ontvankelijk is voor het verzoek tot ontkenning van het vaderschap voor het oudste kind, omdat dit na de wettelijke termijn van één jaar na geboorte is ingediend. Voor het jongste kind, dat nog ongeboren was bij indiening, wordt het verzoek ontvankelijk verklaard omdat het kind als geboren wordt aangemerkt volgens artikel 1:2 BW Pro, wat in het belang van het kind is.
De bijzondere curator vertegenwoordigt het belang van het oudste kind en ondersteunt het verzoek tot ontkenning van het vaderschap. De rechtbank stelt vast dat Nederlands recht van toepassing is vanwege de woonplaats van de kinderen. De ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap wordt toegewezen voor beide kinderen. De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de biologische vader wordt onder de voorwaarde van kracht van gewijsde van de ontkenning toegewezen. Tevens wordt bepaald dat de kinderen de achternaam van de biologische vader zullen dragen, conform de gezamenlijke verklaring van moeder en vader.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard voor ontkenning vaderschap oudste kind, ontkenning vaderschap wordt toegewezen voor beide kinderen en het vaderschap van de biologische vader wordt vastgesteld onder voorwaarde van kracht van gewijsde.