ECLI:NL:RBDOR:2012:BX1709
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onafhankelijkheid en bevoegdheid Hof van Discipline in bestuursrechtelijke verzetprocedure
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft opposant verzet aangetekend tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht waarin deze zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van het beroep tegen een beslissing van het Hof van Discipline. De rechtbank had de zaak vereenvoudigd afgedaan op grond van het ontbreken van haar bevoegdheid, omdat het Hof van Discipline wordt beschouwd als een onafhankelijk, bij wet ingesteld orgaan dat met rechtspraak is belast, zoals bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Opposant betoogde dat het Hof van Discipline geen onafhankelijk en onpartijdig gerecht is zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), mede omdat het Hof voornamelijk bestaat uit door de Orde van Advocaten benoemde advocaten, en dat de rechtbank daarom wel bevoegd zou zijn om het beroep te behandelen. De rechtbank verwierp deze stelling en verwees naar vaste jurisprudentie waarin de criteria voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het Hof gelijk worden gesteld aan die van een bij wet ingesteld onafhankelijk gerecht.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat zich in een concreet geval een belangenconflict kan voordoen tussen een lid van het Hof en een advocaat die in beroep komt, geen aantasting vormt van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het Hof als zodanig. Ook de verwijzing naar artikel 44 van Pro het Besluit gedragstoezicht deed hieraan niet af. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de vereenvoudigde afdoening door de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt haar onbevoegdheid om kennis te nemen van het beroep tegen het Hof van Discipline.