ECLI:NL:RBDOR:2012:BX6389
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging partneralimentatie ondanks inkomensstijging vrouw
De man verzocht de rechtbank om het echtscheidingsconvenant te wijzigen en de partneralimentatieplicht te beëindigen of op nihil te stellen. Hij stelde dat de vrouw geen behoefte meer heeft aan alimentatie vanwege haar hogere inkomen uit een eigen onderneming en dat de kinderen inmiddels volwassen zijn. Tevens stelde hij dat hij vanaf 1 september 2012 geen draagkracht meer heeft vanwege het einde van zijn arbeidsovereenkomst.
De vrouw verweerde zich met een beroep op de expliciete clausule in het echtscheidingsconvenant die inkomensstijgingen van beide partijen uitsluit als grond voor aanpassing van de alimentatie. Ook betwistte zij dat de man onvoldoende draagkracht heeft, mede omdat hij dit pas kort voor de zitting had gesteld.
De rechtbank oordeelde dat de inkomensstijging van de vrouw geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden vormt, omdat partijen dit in het convenant hadden uitgesloten. De stelling dat winst uit onderneming anders zou moeten worden behandeld, werd verworpen. Ook kon niet worden vastgesteld dat de man vanaf september 2012 onvoldoende draagkracht heeft, aangezien hij mogelijk recht heeft op een WW-uitkering en nog neveninkomsten geniet.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging of verlaging van de partneralimentatie wordt afgewezen.