ECLI:NL:RBDOR:2012:BY0932
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen beschikking rechter-commissaris inzake oproep getuigenverhoor in faillissement
De rechtbank Dordrecht behandelde het hoger beroep van appellante tegen een beschikking van de rechter-commissaris die haar had opgeroepen voor een getuigenverhoor in het faillissement van [X] B.V. Appellante voerde aan dat de dagvaarding niet als beschikking kwalificeerde, dat de oproeping niet op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd en dat zij niet als bestuurder of feitelijk leidinggevende kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de beschikking van de rechter-commissaris vormvrij is en ook mondeling kan worden gegeven. De dagvaarding was weliswaar onduidelijk en vermeldde onjuiste verzoekster en grondslag, maar dit kon worden hersteld. Het getuigenverhoor op grond van artikel 66 Fw Pro is bedoeld om de rechter-commissaris en curator inzicht te geven in alle omstandigheden van het faillissement, niet om bewijs te verzamelen voor een civiele procedure.
De rechtbank verwierp het verweer dat appellante dezelfde rechten toekwamen als bij een voorlopig getuigenverhoor ex artikel 186 Rv Pro en bevestigde dat het verhoor niet gericht was op het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen. De beschikking werd bekrachtigd met verbetering van gronden en appellante dient opnieuw te worden opgeroepen met een correcte dagvaarding. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De beschikking van de rechter-commissaris wordt bekrachtigd met verbetering van gronden en appellante dient opnieuw te worden opgeroepen op grond van artikel 66 Fw.