ECLI:NL:RBDOR:2012:BY2329
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorlopige kinderalimentatie en draagkracht man na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben een minderjarig kind dat bij de vrouw verblijft. De vrouw verzocht voorlopige voorzieningen voor kinderalimentatie van €695 en partneralimentatie van €2.283 per maand.
De rechtbank beoordeelde eerst de draagkracht van de man, waarbij het belastbaar inkomen uit arbeid en eigen woning werd vastgesteld, inclusief aftrek van lasten zoals hypotheekrente en schulden. De man heeft een schuld bij de Nederlandse Voorschotbank die de rechtbank meeneemt in de draagkrachtberekening, maar geen rekening gehouden met de creditcardschuld omdat deze verband houdt met werkgerelateerde kosten die worden vergoed.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op €513 per maand, waarvan 70% (€359) beschikbaar is voor kinderalimentatie. De rechtbank legt deze bijdrage op als voorlopige kinderalimentatie. Het verzoek om partneralimentatie wordt afgewezen vanwege onvoldoende draagkracht. Proceskosten worden gecompenseerd zodat partijen elk hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot het betalen van een voorlopige kinderalimentatie van €359 per maand; partneralimentatie wordt afgewezen.