ECLI:NL:RBDOR:2012:BY4909
Rechtbank Dordrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kinderrechter wegens vermeende partijdigheid afgewezen
Verzoekers, ouders van twee minderjarige kinderen, dienden een verzoek tot wraking in tegen de kinderrechter die betrokken was bij hun zaak over spoeduithuisplaatsing. Zij stelden dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt door onder meer onvoldoende onderzoek naar de argumenten van Bureau Jeugdzorg en een onprofessionele benadering van hun advocaat.
De wrakingskamer behandelde het verzoek na een mondelinge behandeling waarbij ook vertegenwoordigers van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig waren. De kinderrechter ontkende de beschuldigingen van partijdigheid en lichtte toe dat de spoedmachtiging door een andere rechter was verleend en dat er voldoende gelegenheid was geweest voor partijen om hun standpunten toe te lichten.
De rechtbank oordeelde dat de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd moet zijn en dat de aangevoerde omstandigheden dit niet rechtvaardigen. Het enkele feit dat de kinderrechter de vragen van de advocaat niet overnam of hem vroeg professionele distantie te bewaren, vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.
Daarom werd het verzoek tot wraking ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2012.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kinderrechter is ongegrond verklaard en afgewezen.