ECLI:NL:RBGEL:2013:2166
Rechtbank Gelderland
- Raadkamer
- D.H.M. Slinkman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot inbewaringstelling minderjarige verdachte wegens ontbreken dringende noodzaak
Op 15 juli 2013 behandelde de rechter-commissaris van de Rechtbank Gelderland de vordering van de officier van justitie tot het bevel van bewaring van een minderjarige verdachte. Hoewel er voldoende ernstige bezwaren en recidivegronden aanwezig waren, werd de vordering tot inbewaringstelling afgewezen op grond van artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.
De rechter-commissaris stelde vast dat verlenging van de inverzekeringstelling slechts bij dringende noodzakelijkheid mogelijk is, welke in deze zaak niet was aangetoond. Verdachte had op 12 juli 2013 een bekennende verklaring afgelegd en er was geen verder onderzoek verricht. De verlenging van de inverzekeringstelling op 14 juli 2013 vond plaats vanwege het verstrijken van de termijn, maar zonder dringende noodzaak.
Gezien de minderjarige status van de verdachte en het belang dat vrijheidsbeneming zo kort mogelijk dient te zijn conform artikel 5 EVRM Pro, gelastte de rechter-commissaris de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte. De vordering tot inbewaringstelling werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot inbewaringstelling is afgewezen en onmiddellijke invrijheidstelling van de minderjarige verdachte gelast.