Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 30 mei 2013
- het schriftelijke verweer van mrs. G.H.W. Bodt, L.B.M. Klein Tank en
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4. De beslissing
Rechtbank Gelderland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters en een griffier in meerdere belastingzaken. Het verzoek was gebaseerd op vermeende onvolledigheid van het proces-verbaal en vermeende partijdigheid door het toestaan van aanvullende bewijslevering aan verweerder.
De rechtbank stelde vast dat het wrakingsverzoek niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 14 dagen na ontvangst van het proces-verbaal was ingediend. Hoewel verzoeker aanvoerde dat vakanties de reden waren voor de vertraging, oordeelde de rechtbank dat het verzoek redelijkerwijs wel tijdig had kunnen worden ingediend.
Daarom verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens niet tijdige indiening.