Eisers betwisten het standpunt van de gemeente Overbetuwe dat het gebruik van een perceel en pand voor recreatief nachtverblijf en als recreatiewoning niet in strijd is met de bestemming en daarom niet verboden zou zijn. De gemeente had aan een derde-partij (B) een last onder bestuursdwang opgelegd om het gebruik van het pand als woning te staken. Dit was een wijziging van een eerder besluit dat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in stand was gehouden.
De rechtbank stelt vast dat het pand zonder onherroepelijke bouwvergunning tot burgerwoning is verbouwd en dat het bestemmingsplan “De Pas” de bestemming “recreatieve doeleinden” heeft, welke niet het gebruik voor permanente of recreatieve bewoning toestaat. De plantoelichting en planvoorschriften ondersteunen de uitleg dat de bestemming uitsluitend sport- en dagrecreatieve doeleinden omvat, niet recreatief nachtverblijf.
De rechtbank oordeelt dat ook gebruik voor recreatief nachtverblijf en als recreatiewoning in strijd is met de bestemming en dus verboden is. Daarnaast is vastgesteld dat het feitelijke gebruik door B meer lijkt op permanente bewoning dan op recreatief gebruik. Daarom worden de bestreden besluiten van 19 februari 2013 en 18 juni 2013 vernietigd. De gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met deze uitspraak en wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.