ECLI:NL:RBGEL:2013:2595
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ouderschapsverlofkorting voor weduwnaar door hogere belastbare inkomsten uit nabestaandenuitkeringen
Eiser, een weduwnaar met twee kinderen, maakte in 2010 gebruik van ouderschapsverlof en vroeg ouderschapsverlofkorting aan. Zijn belastbaar loon in 2010 was hoger dan in 2009, doordat nabestaandenuitkeringen van zijn overleden echtgenote tot zijn belastbaar loon werden gerekend. De Belastingdienst weigerde de ouderschapsverlofkorting toe te kennen omdat het maximum van de korting is gekoppeld aan het verschil tussen het belastbaar loon van het voorafgaande jaar en het jaar van opname.
Eiser voerde aan dat het meetellen van nabestaandenpensioen onterecht was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod, omdat hij daardoor zwaarder werd belast dan een belastingplichtige met een partner die niet was overleden. De rechtbank oordeelde dat het begrip belastbaar loon volgens de wetgeving juist is toegepast en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de regeling.
De rechtbank stelde vast dat de ouderschapsverlofkorting is ingevoerd als inkomensvoorziening gekoppeld aan het verschil in belastbaar loon tussen twee jaren, en dat deze regeling ook na loskoppeling van de levensloopregeling in 2009 ongewijzigd is gebleven. De ongelijkheid in aanspraak op de korting is objectief en redelijk gerechtvaardigd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat de situaties niet feitelijk en rechtens gelijk zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag zonder ouderschapsverlofkorting. Ook het beroep tegen de heffingsrente werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op ouderschapsverlofkorting wordt ongegrond verklaard omdat het belastbaar loon hoger was dan in het voorafgaande jaar door nabestaandenuitkeringen.