Uitspraak
[eisende partij]
[gedaagde partij], tevens h.o.d.n. [handelsnaam]
Rechtbank Gelderland
Eiseres vordert betaling van een factuur voor het gebruik van een auto door een derde, die volgens eiseres namens gedaagde handelde. Gedaagde betwist dat de derde bevoegd was en dat er een overeenkomst met haar is gesloten. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat de derde een toereikende volmacht had of dat er sprake was van bekrachtiging door gedaagde.
Eiseres baseert haar vertrouwen op het feit dat de derde in het verleden auto’s huurde op naam van een ander bedrijf waarvan gedaagde de portefeuille heeft overgenomen. Dit is volgens de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat de derde ook namens gedaagde handelde. Ook het eenmalig betalen van een latere factuur door gedaagde leidt niet tot de conclusie dat de eerdere overeenkomst bekrachtigd is.
De rechtbank stelt dat eiseres niet aan haar stelplicht heeft voldaan en wijst daarom de vordering af. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot voor gedaagde omdat zij geen gemachtigde heeft ingeschakeld.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid en bekrachtiging.