ECLI:NL:RBGEL:2013:2689
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator inzake verrekening tussen zusterbedrijven bij faillissement
Op 27 februari 2012 werd besloten vennootschap [bedrijf X] failliet verklaard, waarbij mr. [eisende partij] tot curator werd benoemd. Nijgro leende sinds 2003 personeel in van [bedrijf X], haar zusterbedrijf met dezelfde bestuurders en aandeelhouders. De curator vorderde betaling van openstaande facturen van Nijgro aan [bedrijf X], vermeerderd met rente en incassokosten.
Nijgro erkende de facturen maar stelde zich op het standpunt dat zij haar betalingsverplichting mocht verrekenen met een hogere vordering op [bedrijf X]. De rechtbank onderzocht of het recht op verrekening volgens de Faillissementswet (artikelen 53 en 54) van toepassing was. Hoewel Nijgro en [bedrijf X] zusterbedrijven zijn en Nijgro op de hoogte was van het naderende faillissement, was er sprake van een langdurige en stabiele samenwerking.
De rechtbank oordeelde dat Nijgro te goeder trouw handelde en niet misbruik maakte van haar positie door de samenwerking voort te zetten. Het was niet redelijk te verlangen dat Nijgro haar bedrijfsvoering abrupt zou staken of aanpassen. De vordering van de curator werd daarom afgewezen en de curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen omdat Nijgro te goeder trouw handelde en recht heeft op verrekening.