ECLI:NL:RBGEL:2013:2824
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijke opzegging na bedrijfssluiting tankstation
De werknemer was sinds 1988 in dienst als pompstationbediende bij de werkgever, die het tankstation moest sluiten na opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder. UWV Werkbedrijf gaf toestemming voor opzegging wegens bedrijfsbeëindiging, waarbij alle arbeidsplaatsen vervielen.
De werknemer werd arbeidsongeschikt en vorderde vervolgens een verklaring voor recht dat de opzegging kennelijk onredelijk was, met schadevergoeding. Zij stelde dat de werkgever onvoldoende had gedaan om haar ander passend werk aan te bieden en dat de gevolgen van het ontslag voor haar te ernstig waren.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever summiere inspanningen had verricht, zoals het wijzen op sollicitatiemogelijkheden en contact met een uitzendbureau, maar dat de werknemer hier niet op inging en ook niet actief had gezocht naar ander werk. De werknemer wilde niet verhuizen naar een andere vestiging en ging niet in op het aanbod om bij een ander bedrijf te werken.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever als goed werkgever had gehandeld en dat de opzegging niet kennelijk onredelijk was, ook niet vanwege het ontbreken van een beëindigingsvergoeding. De vordering werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijke opzegging wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.