De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt en deelname aan een criminele organisatie. De vordering werd meerdere malen bijgesteld, uiteindelijk tot €25.528,80, waarop de rechtbank een kasopstelling toepaste om het voordeel te berekenen.
Tijdens de zitting op 27 augustus 2013 was veroordeelde afwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door zijn raadsman. De rechtbank nam kennis van het eerdere vonnis en achtte aannemelijk dat veroordeelde voordeel had genoten. De kasopstelling werd aangepast met diverse correcties, waaronder contante inkomsten uit huurpenningen en chipknip-opnames, en het schrappen van kosten voor levensonderhoud.
De rechtbank verwierp enkele door de verdediging aangevoerde correcties, zoals contante betalingen van de verkoop van auto's en contante opnames bij casino's. Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €33.373,80 en legde veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van dit bedrag.