ECLI:NL:RBGEL:2013:3560

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 oktober 2013
Publicatiedatum
1 oktober 2013
Zaaknummer
06/950747-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Vos
  • Bögemann
  • Steinebach
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 ahf/ond B OpiumwetArt. 3 ahf/ond C OpiumwetArt. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van StrafrechtArt. 11 lid 2 OpiumwetArt. 310 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs hennepteelt en elektriciteitsdiefstal in Winterswijk

Op 1 oktober 2013 heeft de rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen, bereiden en bewerken van hennepplanten in Winterswijk en het stelen van elektriciteit.

De tenlastelegging betrof het bezit en de verwerking van ongeveer 744 hennepplanten in panden aan twee adressen in Winterswijk, alsmede het stelen van circa 78.082 kWh elektriciteit door braak en het omzeilen van de elektriciteitsmeter.

De officier van justitie en de verdediging hebben beiden vrijspraak gevorderd wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende relatie was tussen verdachte en de hennep of de diefstal van elektriciteit. Er was geen bewijs van wetenschap of betrokkenheid van verdachte bij deze feiten.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer te Zutphen, in aanwezigheid van de rechters Vos, Bögemann en Steinebach.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij hennepteelt en elektriciteitsdiefstal.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 06/950747-12
Uitspraak d.d.: 1 oktober 2013
Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1987],
wonende te [woonplaats], [adres 1].
Raadsman: mr. P.J.J. Engbertsen, advocaat te Arnhem.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 september 2013.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 30 augustus 2012 te Winterswijk tezamen en in vereniging
met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of
bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft
gehad (in een of meerdere pand(en) aan de [adres 2] en/of [adres 3]
) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 744 hennepplanten,
althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een
hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde
hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel
aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
art 3 ahf Pro/ond B Opiumwet
art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 11 lid 2 Opiumwet Pro
2.
hij op of omstreeks 30 augustus 2012 te Winterswijk tezamen en in vereniging
met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit (78.082
kWh), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde]
, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de
plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen
goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak
en/of verbreking (het verbreken en/of verwijderen van een of meerdere
(ijk)zegel(s) en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting te maken buiten
de meter om);
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht
Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde gevorderd.
Standpunt van de verdachte, de verdediging
De raadsman heeft bij pleidooi naar voren gebracht dat hij het eens is met het standpunt van de officier van justitie hieromtrent en dat hij de rechtbank verzoekt verdachte vrij te spreken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen, niet kan worden bewezen dat de verdachte in het pand gelegen aan de [adres 2] en/of aan de [adres 3] te Winterswijk hennep heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of heeft verwerkt. De rechtbank ziet onvoldoende relatie tussen verdachte en de aangetroffen hennep en de daarmee in samenhang begane diefstal van elektriciteit. Van enige wetenschap van of betrokkenheid bij de aanwezigheid van de hennep en van de diefstal van de elektriciteit in eerder genoemde woningen of enige vorm van deelneming aan de verweten gedragingen is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart
niet bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en
spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door mrs. Vos voorzitter, Bögemann en Steinebach, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 oktober 2013.

Voetnoten

1.Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal van politie wordt telkens, tenzij anders aangegeven, verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0646/2012086585 en ondertekend op 12 januari 2013 te Winterswijk