Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2013:3729

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 oktober 2013
Publicatiedatum
9 oktober 2013
Zaaknummer
AWB-13_1424
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 GemeentewetArt. 231 GemeentewetArt. 234 GemeentewetArt. 20 AWRArtikel 6 Verordening parkeerbelasting 2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens voldane betaling ondanks kentekenfout

Eiser parkeerde op 19 oktober 2012 een voertuig met een Duits kenteken in Nijmegen en betaalde de parkeerbelasting via Parkmobile, maar gaf daarbij per abuis een verkeerd kenteken op. De gemeente legde daarop een naheffingsaanslag op wegens het niet betalen van parkeerbelasting. Eiser stelde beroep in tegen deze naheffingsaanslag.

De rechtbank oordeelde dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat de betaling via Parkmobile betrekking had op het geparkeerde voertuig, ondanks de kentekenfout. De gemeente betwistte niet dat de betaling binnen de wettelijke termijn was voldaan. Volgens de rechtbank vormt een fout bij het invoeren van het kenteken geen grondslag voor naheffing als de belasting feitelijk is betaald.

De naheffingsaanslag werd daarom vernietigd en het beroep van eiser gegrond verklaard. Tevens werd de gemeente verplicht het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat de arresten van de Hoge Raad over betaling via parkeermeters ook van toepassing zijn op betaling met een app zoals Parkmobile.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat de belasting via Parkmobile is voldaan ondanks een kentekenfout.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team belastingrecht
Zittingsplaats Arnhem
registratienummer: AWB 13/1424
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van
inzake
[X], wonende te [Z], eiser,
tegen
de heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen, verweerder.

1.Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiser een naheffingsaanslag (aanslagnummer [000]) parkeerbelasting opgelegd, ten bedrage van € 55,50 (€ 1,50 parkeerbelasting en € 54 kosten naheffing).
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 7 december 2012 de naheffingsaanslag parkeerbelasting gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen bij brief van 18 februari 2013, ontvangen door verweerder op 21 februari 2013 en, na doorzending op de voet van artikel 6:15 van Pro de Awb, door de rechtbank ontvangen op 11 maart 2013, beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2013 te Arnhem. Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde].

2.Feiten

2.1
Op vrijdag 19 oktober 2012 om 11:10 uur stond het voertuig van eiser met het (Duitse) kenteken [AA-BB-00] geparkeerd aan de [A-straat 1] te [Q]. De desbetreffende locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen aangewezen als een plaats waar op dat tijdstip uitsluitend tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Op 19 oktober 2012 heeft eiser om 10:17 uur zich aangemeld bij Parkmobile en het kenteken [AA_BB-01] ingevoerd. Om 12:48 uur heeft eiser zich afgemeld. Parkmobile heeft hiervoor € 4,30 van eisers bankrekening afgeschreven.
2.2
In de gemeente Nijmegen bestaat de mogelijkheid om parkeerbelasting te voldoen via het systeem van gsm-parkeren. Eiser maakt voor het gsm-parkeren gebruik van de diensten van het bedrijf Parkmobile.
2.3
Tijdens een controle op voormelde plaats, datum en tijdstip heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat er voor het voertuig van eiser geen parkeerbelasting was betaald. Naar aanleiding hiervan is aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 55,50, bestaande uit € 1,50 aan nageheven parkeerbelasting en € 54 kosten naheffing.

3.Geschil

In geschil is of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan eiser is opgelegd.

4.Beoordeling van het geschil

Wettelijk kader
4.1
In artikel 225, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet is geregeld dat de gemeente bevoegd is in het kader van parkeerregulering een belasting te heffen, ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze.
4.2
Ingevolge artikel 234 van Pro de Gemeentewet wordt parkeerbelasting geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel op andere wijze. Dit artikel bepaalt in het tweede lid, onderdeel a, met betrekking tot de parkeerbelasting verder, voor zover relevant, dat als voldoening op aangifte uitsluitend wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of een parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
4.3
Ingevolge 231, eerste lid, van de Gemeentewet - voor zover van belang- geschieden de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen met toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Ingevolge artikel 20, eerste lid, van de AWR in samenhang met artikel 231, tweede lid, van de Gemeentewet - beide voor zover hier van belang- kan de gemeenteambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, de te weinig geheven belasting naheffen indien belasting die op aangifte behoort te worden voldaan, geheel of gedeeltelijk niet is betaald.
4.4
In de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2012 van de gemeente Nijmegen (hierna: de Verordening parkeerbelasting 2012) zijn, voor zover van belang, de volgende bepalingen opgenomen:
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Pro
(…)
d. Centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de gemeente Nijmegen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon en/of internet; (…)
Artikel 6 Wijze Pro van heffing en termijnen van betaling
1. (…)
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren of achteraf in parkeergarages en op de met een slagboom afgesloten parkeerterreinen.
3. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. (…)”
Beoordeling
4.5
Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser parkeerbelasting heeft voldaan voor het parkeren van het voertuig met kenteken [AA-BB-00]. Met eiser beantwoordt de rechtbank deze vraag bevestigend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met het overleggen van een betalingsoverzicht van Parkmobile en de gegeven toelichting ter zitting aannemelijk gemaakt dat de parkeerbelasting die eiser met gebruikmaking van de diensten van Parkmobile heeft voldaan, betrekking heeft gehad op het parkeren van het voertuig met kenteken [AA-BB-00]. Aannemelijk is immers dat eiser een fout heeft gemaakt bij het invoeren van het kenteken van de auto waarvoor hij parkeerbelasting heeft betaald. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verweerder ter zitting niet heeft betwist dat Parkmobile namens eiser het bedrag aan parkeerbelasting bij verweerder heeft voldaan binnen de in artikel 6, derde lid, van de Verordening parkeerbelasting 2012 genoemde termijn. Dit brengt mee dat eiser de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan.
4.6
Dit betekent dat voor het opleggen van een naheffingsaanslag geen grondslag meer bestaat. Voor naheffing op grond van artikel 20 van Pro de AWR is immers vereist dat de verschuldigde belasting niet (geheel) is voldaan. Anders dan verweerder meent, kan het bij aanvang van het parkeren opgeven van een onjuist kenteken, op zichzelf geen grond voor naheffing vormen (vergelijk HR 8 januari 1997, nr. 31657, ECLI:NL:HR:1997:AA3200 en HR 11 januari 2008, nr. 41.262, ECLI:NL:HR:BC1593). Dat de parkeercontroleur daardoor niet kon constateren dat de parkeerbelasting was voldaan en om die reden een naheffingsaanslag heeft opgelegd, doet hieraan evenmin af.
4.7
Gelet op het voorgaande dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5.Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of gebleken dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

6.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 44 vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Sadi, griffier.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op:
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.