Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiseres]
- de wijziging van eis
- de pleitnota van [gedaagde 1] c.s.
- de eis in reconventie.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen eiseres, eigenaresse van een pand met bedrijfsruimte en binnenplaats, en gedaagde 1 c.s., die een ijssalon willen exploiteren. De kern van het geschil is of er een huurovereenkomst tot stand is gekomen en wat precies het gehuurde omvat, met name de omvang van de binnenplaats.
Partijen wisselden meerdere concepthuurovereenkomsten uit, waarin het gehuurde steeds werd omschreven als de winkelruimte met binnenplaats exclusief de bergingen. Er ontstond onenigheid over een overkapte fietsenstalling die volgens eiseres niet tot het gehuurde behoort, maar volgens gedaagde 1 c.s. wel. De rechtbank oordeelt dat ondanks deze onenigheid een huurovereenkomst is gesloten, waarbij het overkapte gedeelte niet tot het gehuurde behoort.
De rechtbank veroordeelt gedaagde 1 c.s. tot nakoming van hun verplichtingen, waaronder het gebruik van het gehuurde als ijssalon uiterlijk 1 oktober 2013, betaling van de huur vanaf 1 augustus 2013 en het stellen van een bankgarantie uiterlijk 15 augustus 2013. Eiseres wordt veroordeeld het gehuurde ter beschikking te stellen conform de overeenkomst. De kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Rechtbank veroordeelt tot nakoming van de huurovereenkomst met aangepaste omvang van het gehuurde en betaling van huur en bankgarantie.