Uitspraak
[verdachte]
Rechtbank Gelderland
Op 16 oktober 2013 vond de terechtzitting plaats in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan een overval op een juwelier te Nijmegen op 23 april 2011. Verdachte zou onder meer een bestelauto hebben aangeschaft en gebruikt om een motorscooter, bestemd voor de vlucht, naar Nijmegen te vervoeren.
De officier van justitie stelde dat verdachte opzettelijk gelegenheid en middelen had verschaft voor de overval en dat hij op de hoogte was van de criminele bedoelingen. Dit werd onderbouwd met telefonische contacten, het gebruik van de bestelauto en het feit dat verdachte ter zitting niet verscheen en zweeg.
De verdediging betoogde dat er geen bewijs was dat verdachte de bestelauto bestuurde, dat de scooter in zijn bestelauto werd vervoerd, of dat hij wist van het gebruik van de scooter voor de overval.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Ook voor het subsidiair ten laste gelegde feit ontbrak het bewijs dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de scooter gebruikt zou worden voor de diefstal met geweld. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan de overval wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.