Uitspraak
[verdachte]
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Het onderzoek ter terechtzitting
3.De beslissing inzake het bewijs
8.De beslissing
vrij van het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 22 november 2013 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een 28-jarige man uit Ede, die werd verdacht van ontuchtige handelingen jegens twee minderjarige broertjes in een instelling waar hij werkte.
De tenlastelegging betrof het betasten en knijpen in de penis en schaamstreek van de twee jongens, die destijds 5 en 11 jaar oud waren. Tijdens de terechtzitting op 8 november 2013 ontkende de verdachte de beschuldigingen en de officier van justitie concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, waarna hij vrijspraak vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het jongste broertje mogelijk beïnvloed was door de verklaring van de oudere broer, mede omdat voorafgaand aan het studioverhoor van het jongste kind in zijn bijzijn over de verklaring van de oudere broer was gesproken. Hierdoor werd de verklaring van het jongste kind als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld en buiten beschouwing gelaten.
Omdat het dossier alleen steunbewijs bevatte afkomstig uit dezelfde bron, voldeed het bewijs niet aan het vereiste bewijsminimum. De rechtbank sprak de verdachte daarom vrij van het ten laste gelegde feit wegens onvoldoende wettig bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.