ECLI:NL:RBGEL:2013:5005
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling retentierecht op appartementsrechten en beslaglegging door aannemer
In deze zaak vordert een aannemersbedrijf dat derden, houders van appartementsrechten, mee moeten werken aan executoriale verkoop van onroerende zaken waarop het retentierecht wordt ingeroepen. De onroerende zaken betreffen een complex met bedrijfsruimten en woningen, waarbij de aannemer een aannemingsovereenkomst had met AZ Wonen.
De aannemer heeft na betalingsproblemen retentierecht uitgeoefend door hekken te plaatsen en conservatoir beslag te leggen. De derden, waaronder een natuurlijke persoon met exclusief gebruiksrecht op bedrijfsruimten en een stichting met appartementsrechten op woningen, vorderen verwijdering van de hekken en opheffing van het beslag.
De rechtbank oordeelt dat de aannemer niet de feitelijke macht uitoefent over de bedrijfsruimten van de natuurlijke persoon en dat de aannemer onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de bevoegdheid van AZ Wonen om de onroerende zaken van deze derde in de overeenkomst te betrekken. Hierdoor kan het retentierecht jegens deze derde niet worden ingeroepen. Ten aanzien van de stichting Vestia is het retentierecht wel van toepassing, maar uitwinning is niet mogelijk zolang de splitsing in appartementsrechten niet ongedaan is gemaakt. De vorderingen van de aannemer worden afgewezen, de proceskosten worden aan de aannemer opgelegd en de kosten tussen partijen deels gecompenseerd.
Uitkomst: Vorderingen van aannemer tot executoriale verkoop en verwijdering hekken worden afgewezen; aannemer kan retentierecht niet tegen natuurlijke persoon inroepen en behoudt retentierecht jegens Vestia zonder uitwinning.