In deze civiele procedure vordert RT/Raiffeisen Touristic Netherlands B.V. betaling van een boete wegens schending van een geheimhoudingsbeding door de werknemer. De kantonrechter bevestigt dat de werknemer het beding heeft geschonden, maar wijkt af van het eerdere voorlopig oordeel dat het boetebeding nietig zou zijn. Het boetebeding wordt gezien als een gefixeerde schadevergoeding en prikkel tot nakoming.
RT vordert betaling van de boete over een periode van 373 dagen, maar kan onvoldoende onderbouwen dat de werknemer de klantgegevens niet heeft verwijderd. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer op 20 juli 2012 de volledige lijst met e-mailadressen aan RT heeft verstrekt, waardoor de boete hooguit tot die datum kan worden gevorderd.
De kantonrechter matigt de boete aanzienlijk omdat de gevorderde boete buiten verhouding staat tot het salaris van de werknemer en RT geen concrete schade heeft aangetoond. Wel wordt een boete van €2.500 opgelegd, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 juni 2012. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.