De gemeente Lelystad vordert betaling van huurpenningen die door de rentmeester zijn geïncasseerd maar niet aan haar zijn afgedragen. De woning was in 1999 overgedragen aan de gemeente, waarna de rentmeester de huurpenningen bleef incasseren. De rechtbank oordeelt dat tussen partijen een overeenkomst bestond waarbij de rentmeester namens de gemeente handelde.
De rechtbank stelt vast dat de vordering over de periode van december 2003 tot november 2008 niet verjaard is, omdat de gemeente in december 2008 een schriftelijke aanmaning heeft gestuurd die de verjaring heeft gestuit. De vordering over de periode van augustus 1999 tot november 2003 is wel verjaard en wordt afgewezen.
De gevorderde wettelijke rente vanaf 27 juni 2011 wordt slechts toegekend vanaf de dag van dagvaarding, omdat niet is gebleken dat een redelijke termijn voor nakoming is gesteld. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rentmeester wordt veroordeeld tot betaling van €19.399, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.