Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[eiser],
[eiser],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 juli 2013,
- het proces-verbaal van comparitie van 3 oktober 2013,
- de conclusie van antwoord in reconventie.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
Primairstelt [gedaagde] dat [eiser] geen vordering op hem heeft. Daartoe heeft hij in eerste instantie een beroep gedaan op wilsontbreken ex artikel 3:34 lid 1 BW Pro en in tweede instantie een beroep gedaan op misbruik van omstandigheden ex artikel 3:44 lid 4 BW Pro. In verband daarmee heeft [gedaagde] gesteld dat zijn geestesvermogens gestoord zijn.
4.De beoordeling
in conventie
5.De beslissing
27 november 2013voor het gelijktijdig nemen van een akte over hetgeen is vermeld onder 4.6.,