Art. 2 lid 1 EEX-Verordening 44/2001Art. 78 Weens KoopverdragArt. 7 lid 2 Weens KoopverdragArt. 4 lid 1 Rome I-verordeningArt. 4 lid 2 Rome I-verordening
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing betaling openstaande factuur en Turkse handelsrente onder Weens Koopverdrag
Eiseres, een Turkse kledingproducent, leverde kleding aan gedaagde sub 1, een Nederlandse groothandel in kinderkleding, en stuurde facturen ter waarde van €572.017,28 exclusief BTW. Gedaagde sub 1 liet ondanks aanmaningen een bedrag van €187.431,33 exclusief BTW onbetaald.
De voorzieningenrechter stelde vast dat Nederland rechtsmacht heeft op grond van de EEX-Verordening en dat het Weens Koopverdrag van toepassing is omdat beide landen partij zijn. De hoofdsomvordering werd gegrond bevonden en toegewezen. Voor de rente over de hoofdsom werd op grond van artikel 78 vanPro het Weens Koopverdrag en Rome I-verordening Turks recht toegepast, waardoor de Turkse handelsrente werd toegewezen.
Daarnaast werden beslagkosten en proceskosten toegewezen conform Nederlands procesrecht, inclusief wettelijke rente. Gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, handelsrente, beslagkosten, proceskosten en na dit vonnis ontstane kosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de openstaande factuur, Turkse handelsrente en proceskosten.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/253442 / KG ZA 13-599
Vonnis in kort geding van 28 november 2013
in de zaak van
de vennootschap naar Turks recht
DBC TEKSTIL SANAYI VE TICARET LIMITED SIRKETI,
kantoorhoudende te Istanbul, TURKIJE
eiseres,
advocaat mr. J.B.R. Regouw te Amsterdam,
tegen
1.vennootschap onder firma AW COMPANY V.O.F.,
gevestigd te Nijmegen,
2. [gedaagde], vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [plaats],
3. [gedaagde], vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [plaats],
gedaagden,
niet verschenen.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding
de mondelinge behandeling
het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De feiten
2.1.
Eiseres is een Turkse kledingproducent. Gedaagde sub 1 is een groothandel in kinderkleding.
2.2.
Eiseres heeft aan gedaagde sub 1 kleding geleverd en daarvoor facturen verzonden tot een totaalbedrag van € 572.017,28 exclusief BTW. Gedaagde sub 1 heeft een bedrag van € 187.431,33 exclusief BTW ondanks aanmaning en sommatie onbetaald gelaten.
3.De beoordeling
3.1.
Nu gedaagden gevestigd en woonachtig zijn in Nederland heeft de voorzieningenrechter rechtsmacht op grond van artikel 2 lid 1 EEXPro-Verordening van 22 december 2000, nr. 44/2001.
3.2.
Zowel Turkije als Nederland zijn partij bij het Weens Koopverdrag, daarom zal het Weens Koopverdrag als het geldende recht worden aangemerkt. De vordering in hoofdsom komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
3.3.
Ten aanzien van de gevorderde Turkse handelsrente overweegt de voorzieningenrechter dat artikel 78 vanPro het Weens Koopverdrag een grondslag biedt voor het toewijzen van rente over de hoofdsom. Alleen ten aanzien van het rentepercentage is niets in het Weens Koopverdrag bepaald. Op grond van artikel 7 lid 2 vanPro het Weens Koopverdrag juncto artikel 4 lid 1 enPro lid 2 Rome I (EG nr. 593/2008) is Turks recht van toepassing, nu eiseres in Turkije is gevestigd. De voorzieningenrechter zal daarom de Turkse handelsrente toewijzen over de hoofdsom.
3.4.
Op het procesrecht is het Nederlandse recht van toepassing. De vordering tot betaling van de beslagkosten is gelet op het bepaalde in artikel 706 RvPro toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 589,00 griffierecht, € 1.852,69 voor verschotten en € 527,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 527). Ook de hierover gevorderde wettelijke rente zal op grond van artikel 6:119 BWPro worden toegewezen als hierna te melden.
3.5.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 99,79
- griffierecht 3.126,00
- overige kosten 0,00
- salaris advocaat 527,00
Totaal € 3.752,79
3.6.
Ook de over de proceskosten gevorderde wettelijke rente zal op grond van artikel 6:119 BWPro worden toegewezen als hierna te melden.
4.De beslissing
De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 187.431,33 (éénhonderdzevenentachtig duizendvierhonderdéénendertig euro en drieëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke Turkse handelsrente over het toegewezen bedrag met ingang van 24 september 2013 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 2.968,69, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BWPro over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 3.752,79, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BWPro over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
4.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2013.