ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ7968
Rechtbank Gelderland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot aanstelling als directeur en nakoming huurovereenkomst discotheek
Eiser en gedaagde hadden een intentieverklaring gesloten voor de oprichting van een BV die een discotheek zou exploiteren, waarbij eiser directeur zou worden. In werkelijkheid werd eiser niet benoemd tot bestuurder en werd de BV bestuurd door een ander. Eiser vorderde in kort geding dat gedaagde in privé zou meewerken aan zijn aanstelling als directeur en het sluiten van een huurovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde in privé juridisch niet bevoegd is om deze verplichtingen na te komen, aangezien de benoeming van bestuurders en het sluiten van huurovereenkomsten aan de BV en haar aandeelhouder toekomt. Voorts was onvoldoende aannemelijk dat gedaagde in privé tekort was geschoten of dat eiser onterecht niet als directeur was aangesteld.
De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank stelde vast dat de samenwerking feitelijk was beëindigd en dat eiser zich daarbij had neergelegd, mede gelet op correspondentie en gedragingen van partijen.
Uitkomst: Vordering tot aanstelling als directeur en nakoming huurovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onmogelijkheid van nakoming door gedaagde in privé.