ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0544
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Welbergen
- Kleinrensink
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk voordeel trekken uit door misdrijf verkregen uitkering
De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk profiteren van een uitkering die door zijn (ex-)echtgenote door middel van valsheid in geschrift was verkregen. Gedurende de periode van 13 juli 2000 tot en met 11 oktober 2011 heeft verdachte gebruik gemaakt van geldbedragen, woningvoorzieningen en consumpties die betaald werden uit deze onrechtmatige uitkering.
De zaak kwam aan het licht na een onderzoek van de sociale recherche naar mogelijke uitkeringsfraude. Uit diverse verklaringen, observaties en bewijsstukken bleek dat verdachte en zijn (ex-)echtgenote samenwoonden, terwijl dit niet aan de uitkeringsinstantie was gemeld. Verdachte wist van de onjuiste opgave en heeft willens en wetens voordeel genoten van het misbruik van het sociale zekerheidsstelsel.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte onder druk stond tijdens politieverhoren en dat er geen sprake was van opzettelijk voordeel. De rechtbank verwierp deze verweren wegens gebrek aan bewijs van ongeoorloofde druk en gegrondheid van het bewijs.
De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie partieel niet-ontvankelijk voor feiten vóór 13 juli 2000 wegens verjaring. Gelet op de ernst, duur en omvang van het misbruik legde de rechtbank een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 100 uur met vervangende hechtenis.
De strafoplegging is gebaseerd op artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 416 van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 100 uur wegens opzettelijk voordeel trekken uit een door misdrijf verkregen uitkering.