ECLI:NL:RBGEL:2013:CA1765

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
ZUT 12/309
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:77 AwbArt. 2:3 AwbArt. 4 Wob
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake Wob-verzoek afgewezen

Opposante had een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een Wob-verzoek gericht aan het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het college niet bevoegd was om op het verzoek te beslissen en het verzoek terecht had doorgezonden naar de raad van bestuur van het Erasmus Medisch Centrum, het bevoegde bestuursorgaan.

In het verzet stelde opposante dat het college onterecht niet tijdig had beslist en dat zij niet was geïnformeerd over de doorzending van haar verzoek, waardoor het college alsnog in gebreke zou zijn en een dwangsom verschuldigd zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het college inderdaad niet bevoegd was en dat de doorzending correct was volgens artikel 2:3 Awb Pro en artikel 4 Wob Pro.

Hoewel opposante niet was geïnformeerd door het college over de doorzending, was zij wel geïnformeerd door de raad van bestuur, zodat dit gebrek niet tot een ander oordeel leidt. De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het Wob-beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team Bestuursrecht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: ZUT 12/309
Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 14 mei 2013.
op het verzet van
[opposante]
te [woonplaats],
opposante,
(gemachtigde: mr. H. van Drunen).
Procesverloop
Bij uitspraak van 15 oktober 2012, verzonden op 17 oktober 2012, reg.nr. 12/309 WOB, heeft de rechtbank het beroep van opposante met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen die uitspraak heeft opposante bij brief van 16 november 2012, door de rechtbank ontvangen op 20 november 2012, verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 25 april 2013, waar de gemachtigde van opposante is verschenen.
Overwegingen
1. In de uitspraak van 15 oktober 2012 heeft de rechtbank toepassing gegeven aan artikel 8:54 van Pro de Awb en zonder zitting op het beroep beslist. De rechtbank kan daartoe overgaan als voortzetting van het onderzoek niet nodig is vanwege de kennelijkheid van de beslissing die op het beroep moet volgen. Het begrip ‘kennelijk’ betekent dat over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.
In verzet staat thans uitsluitend de vraag ter beoordeling of de rechtbank het beroep terecht met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In de uitspraak van 15 oktober 2012 is het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat – kort gezegd – het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam (hierna: het college) een verzoek van opposante op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om haar informatie te verstrekken over dierproeven, heeft doorgezonden naar het orgaan dat bevoegd is daarover te beslissen, te weten de raad van bestuur van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam (hierna: de raad) en dat het college daarom niet in gebreke is geweest tijdig een besluit te nemen op dat verzoek.
3. Opposante heeft in verzet aangevoerd dat – samengevat – het college op de juiste wijze door haar in gebreke is gesteld omdat niet tijdig op haar verzoek was gereageerd. Van doorzending van haar verzoek is volgens haar ten onrechte geen mededeling gedaan aan opposante. Derhalve dient het college nog steeds een besluit te nemen op het verzoek van opposante en is het college een dwangsom verschuldigd wegens niet tijdig beslissen op het verzoek, aldus opposante.
4. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van opposante terecht met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
Opposante heeft op geen enkele wijze onderbouwd dat het college bevoegd is om te beslissen op het verzoek van opposante en de rechtbank ziet ook geen enkele aanknopingspunt daarvoor. De rechtbank wijst er daarbij op dat in de brief van 15 november 2011 expliciet staat vermeld: "Het Erasmus MC is vergunninghouder dierproeven en als zodanig i.c. het aangewezen bestuursorgaan om het verzoek van uw cliënt in behandeling te nemen." Inmiddels heeft de raad ook een besluit genomen op het verzoek, zo is de rechtbank gebleken.
Dat betekent dat het college het verzoek terecht heeft doorgezonden aan de raad, dit met toepassing van artikel 2:3, eerste lid, van de Awb, dat bepaalt dat het bestuursorgaan geschriften tot behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is, doorzendt naar dat orgaan. Daarmee is tevens toepassing gegeven aan artikel 4 van Pro de Wob.
Het is overigens juist dat opposante niet geïnformeerd is door het college over de doorzending van haar verzoek aan de raad. Nu de raad opposante bij zijn brief van 15 november 2011 heeft geïnformeerd over de doorzending, doet dit gebrek niet af aan de uitspraak waarvan verzet.
Nu het college kennelijk niet bevoegd is te beslissen op het verzoek van opposante, is het college niet in gebreke tijdig een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, onder a, van de Awb en is hij geen dwangsommen aan opposante verschuldigd. De betogen van opposante falen.
5. Het verzet is derhalve ongegrond. De uitspraak waartegen verzet is gedaan blijft daarom in stand. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda, rechter, in tegenwoordigheid van D.M.J.J. van Gelder-van den Broek, griffier.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2013.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op: 14 mei 2013.