ECLI:NL:RBGEL:2013:CA2390
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking kantonrechter wegens vermeende onvolledige registratie nevenfuncties afgewezen
Verzoeker, vennoot van een VOF, diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die een civiele procedure behandelde. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de kantonrechter niet alle bijbanen had geregistreerd, wat volgens verzoeker de schijn van partijdigheid wekte.
Tijdens de zitting verklaarde de kantonrechter niet te berusten in het wrakingsverzoek en stelde dat zijn onpartijdigheid niet in het geding was. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor subjectieve partijdigheid. Ook objectief gezien was de vrees voor partijdigheid niet gerechtvaardigd, mede omdat de aard van de nevenfuncties en de betrokken instellingen geen aanleiding geven tot schijn van partijdigheid.
Het vermoeden van verzoeker dat er nog andere niet-geregistreerde bijbanen zouden zijn, werd als onvoldoende concreet beoordeeld. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en bepaalde dat de procedure werd hervat in de stand van voor de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt hervat.